woensdag 20 oktober 2010

ms "Korendyk" Holland Amerika Lijn

Klik op de foto's voor een vergroting     Update 04-02-2014  4 foto's als Ferial
De Korendyk
KORENDYK
1959-1972. Bouwnummer 508. Bouwjaar 1959. Gebouwd bij Lubecker Flenderwerke, Lubeck-Duitsland.
Kiellegging 22 december 1958. Tewaterlating 1 juni 1959. Opgeleverd 22 oktober 1959 als KORENDYK aan de Holland Amerika Lijn, Rotterdam-Nederland.
1959 - BRT. 5.290 - NRT. 2.753 - DWT. 7.200. DG.- 7,66
LxBxH: 140,14 x 18,86 x 11,28.
Type schip: Vrachtschip met passagiersaccomodatie, open shelterdeck type, 2 dekken, 17 laadbomen.
Accommodatie: eigenaarshut voor max 2 passagiers
Voortstuwing Werkspoor-Lught 9 cilinder 7.200PK
Bemanning 54 bemanningsleden, later gehalveerd.
Eerste reis voor de HAL 22 oktober 1959 van Rotterdam naar New York.
In 1968 bij de N.V. Koninklijke Maatschappij ' De Schelde', Vlissingen-Nederland gehermotoriseerd met een Sulzer zie Kamperdyk . 1968 - BRT. 5.019 - NRT. 2.882 - DWT. 7.407.
Ik heb geen gegevens dat ze in de HAL periode vercharterd was dus ik ga ervan uit dat ze altijd braaf haar lijndiensten op de US-Golf en Mexico heeft gedaan.

Laatste jaren als Korendyk
Korte geschiedenis na de HAL periode:
17.02.1972  VOLTA WISDOM, Cruiseship One Co. (HAL), Monrovia.
                  (In charter voor Volta Line, Takoradi-Ghana)
1973           VOLTA WISDOM, Sea Contracting Co., Monrovia-Liberia.
                  (In charter voor Volta Line, Takoradi-Ghana).
Aug.1974    VOLTA WISDOM, National Investment Bank (Liberty Carriers Ltd.), Takoradi-Ghana.
1977           ODUPON, Volta Property Holdings Ltd., (Liberty Carriers Ltd.), Takoradi Accra-Ghana.
1979           ODUPON, Wacon Line (Liberty Carriers Ltd.), Takoradi-Ghana.
1980           FERIAL, Remco Shipping Lines Ltd., Takoradi-Ghana.
In 1986 verkocht voor de sloop naar Spanje. Arriveerde 4 juli in Gijon.

Als Volta Wisdom vertrek Rotterdam 1972

Ik heb twee termijnen op dit schip (Volta Wisdom) gevaren totaal 4 reizen
Termijn 1:  September 1972 tot en met Mei 1973   2 reizen
Termijn 2:  Augustus 1973 tot en met Juni 1974    2 reizen

Nog wat foto's als "Ferial"

 
 
 

Een verslag hieronder van termijn 1 1e reis:
Op maandag 11 september 1972 bracht mijn verloofde mij met de auto, met mijn hele hebben en houden, naar Antwerpen. Het wagentje zat gelijk propvol. Ik weet niet meer waar het schip lag afgemeerd maar het was in een van dokken in Antwerpen en we hebben het zonder noemenswaardige problemen kunnen vinden. Ik weet nog dat we zo rond 13:30 uur aan boord waren. De 3e WTK die ik mocht aflossen popelde in ieder geval van verlangen om het schip snel te verlaten en gaf in een sneltreinvaart de zaak over aan mij in zijn hut, er werd ook nog wat eten geregeld in nu mijn hut, soep en wat broodjes en er stonden ook nog ergens een paar flesjes bier. Duurde tijdens die overgave niet lang of er kwamen meer mannen op bezoek om kennis te maken en voor we het wisten was het alweer gezellig maar ik moest ook nog afscheid nemen van mijn verloofde. Ze vertrok weer met de auto richting huis en zoals ze later schreef had ze in Antwerpen de verdwalings tour ingezet maar ze was toch wel heelhuids thuisgekomen alleen wat later dan plan.
De Volta Wisdom had als thuishaven Monrovia in Liberia en aanmonsteren was niet nodig. We hadden een uitleencontract getekend.
We waren met 9 Nederlanders aan boord, de kapitein, 1e 2e en 3e stuurman, een marconist, een Hwtk, 2e, 3e en 4e wtk. en dan was het op.
De rest was een Ghanese bemanning en niet te weinig hoor. Zo bemande vroeger de HAL zijn vrachtschepen ook, een totale bemanning van rond de 50 personen, maar sinds 1968 dat ik dienst kwam voeren de vrachtschepen met ongeveer 26 stuks bemanning, dus dit was wel echt ouderwets. Er waren voldoende bediendes, een flinke staf in de kombuis met een chefkok (had in Engeland koken gestudeerd) die alleen voor ons kookte, een bakker, een kok voor de Ghanese bemanning en wat hulpen. Matrozen waren er ook genoeg in alle soorten en maten en voor de machinekamer was er ook nog een Ghanese 4e wtk en voldoende oliemannen en poetsers. Wat een weelde, we waren weer terug in de jaren 50 kon ik me zo voorstellen.
Die middag in Antwerpen werd er niet zoveel meer gedaan, het lossen en laden was wel zo’ n beetje klaar en de Ghanese crew had het ook veel te druk met de handel want 2e hands radio’s en zwart-wit TV’s werden door een handelaar uit Rotterdam nog nageleverd inclusief antennes en uit elke patrijspoort stak wel een antenne om te testen of de geleverde apparatuur wel werkte en zou voldoen aan hun wensen voor de handel in Afrika.
Als de TV sneeuw en ruis gaf waren ze al blij en zeer tevreden. Moet je tegenwoordig daarvoor eens komen, de verkoper zou zeer tevreden zijn met zulke klanten. De Rotterdamse handelsfirma reisde dan ook tevreden af richting huis met een lege bestelbus en een volle beurs.Tegenwoordig noemen we dat een win-win situatie, dat had je toen al, maar we kenden dat woord nog niet.
Het leek wel marktdag met al die drukte in gangen en hutten. Iedere Ghanees liet zijn fijne aankoop zien aan de collega’s maar die deden dat ook.
Er werd ook nog wat proviand geleverd door een Rotterdamse firma, ook een nalevering denk ik. Het vertrek was tegen de avond geplanned zo rond 18:00 uur en de reis zou gaan naar Dakar,Abidjan,Takoradi,Tema,Lagos/Apapa en Douala, dit alles aan de Westkust van Afrika. In Douala zou het schip dan leeg zijn en dan zou via diverse havens langs deze kust weer geladen worden voor Europa. Tien weken uit en thuis volgens het kantoor. Ach natuurlijk, die ”korte reisje” had ik al eens eerder meegemaakt (ha ha) op de Katsedyk in de jaren 1968-1969 in HWAL dienst op West-Afrika. HWAL stond ook voor Het Wordt Altijd Later.
Later zou blijken dat bij de Volta Lines het nog VEEL later zou worden, gelukkig maar dat ik dat toen nog niet wist.
Ook de nieuwe  2e stuurman was aan boord gekomen, maar we vertrokken nog niet. Bleek dat de marconist nog afgelost moest worden maar zijn vervanger was nog nergens gesignaleerd. Radio Holland had een
probleempje, de man die zou komen had toch weer afgezegd en er moest met spoed nog een reserve kandidaat geregeld worden. Die kwam rond 19:00 uur. Het vertrek werd uiteindelijk 22:30 uur met een bijna lege ruimen. De plannen waren bijladen in Bilboa (cement) en niet naar Dakar maar door naar Abidjan, Ivoorkust. Dat was al de eerste verandering in het vaarschema met nog maar net de trossen los.

 
Mijn eerste brief richting verloofde:
Ik schreef in stukjes zodat bij de eerste haven de enveloppe met vele A4 velletjes gelijk op de bus kon.

Donderdag 14 september 1972, 04:45 uur
We zijn uit Antwerpen die avond toch nog vertrokken en hadden de volgende ochtend rond 05:00 uur Vlissingen.
Op dit ogenblik zitten we ter hoogte van Lissabon, er was namelijk een telegram binnengekomen dat Bilboa niet doorging dus nu onderweg naar Abidjan. De service van de Ghanese civiele dienst is geweldig, elke morgen komt er een mijn hut in om te stofzuigen en te soppen en doet daar wel 3 kwartier over. Daar ik ook de 00:30 uur- 04:30 loop in de machinekamer lig ik nog te slapen om 09:00 uur als hij wil schoonmaken en het kooigoed wil recht trekken.
Maar hij sluipt dan weer weg tot ik eruit ben om 09:30 uur en dan staat die met een grote grijns mij te verwelkomen ”Yes Sir”, .."Good Morning Sir."
Het is verder een dooie boel, wat wil je ook met zo weinig Nederlanders in de machinedienst. Als de een slaapt werkt de ander en die vrij is zit dan alleen te koekeloeren. Machinedienst en stuurlui komen eigenlijk nooit bij elkaar op visite waarom weet ik eigenlijk niet.
’s Avonds lig ik om 21:00 uur in mijn mandje maar slapen lukt niet zo erg snel dat wordt wel 22:30 uur, dan er om 00:15 uur uit om me te vermaken tussen de diesels en de Ghaneesjes tot 04:30 uur, wacht overgeven aan de 2e wtk, naar boven, 2 biertjes in de hut, douchen,naar bed tot de bediende komt die weer wil stofzuigen.
Dan wat koffie met wat te eten als dat er nog is, 12:00 uur eten en om 12:30 weer zakken tot 16:30, dan 2 biertjes, met de 4e wtk, 18:00 uur eten, wat lezen of radio luisteren en weer naar bed. Dat is tot nu toe de hele dag indeling. Ik ga nu douchen en naar bed tot de volgende ronde.


Zondagavond 17 september 19:00 uur.
Een bijzonderaardig scheepje is dit, zaten we al ter hoogte van de Canarische eilanden gaan we weer noordwaarts draaien, dat schiet dus ook niet op. Kwam een telegram van de Volta Lines, terug naar Noord Spanje grens Frankrijk en wel Pasajes om 5.000 ton cement erbij te laden voor Lagos/Apapa in Nigeria. We hadden al een uur tijdverschil op de klok met thuis maar dat gaat vannacht weer terug.
De marconist kwam ook nog langs met een lijst voor eventuele geldopname voor Pasajes, ja die is hier gelijk ook de boekhouder. Dan kan dat geld besteld worden bij de agent zodat het klaar ligt in Pasajes. (gaat wel van je gage afrekening af hoor)
Ik heb maar 1000 Peseta’s besteld (ongeveer F 50,00 dacht ik)
Op mijn machinekamer wacht heb ik een olieman en een 4e wtk ( beide Ghanezen) dus ik hoef technisch niet zoveel te doen, doe wat sleutel en reparatie werk tegen toeslag 60% en op zondag 100% dus verdienen we nog wat extra.
Het glimt hier allemaal maar wat wil je met zoveel personeel. De lading die we momenteel aan boord hebben is zoals ik al eerder had gemeld niet veel, 7 ton voor Abidjan en 4 ton voor Tema, dat hadden ze beter per post kunnen versturen maar met die cement erbij komt er toch wat diepgang in het schip. ’s Morgens wip ik rond tienen altijd even langs de kombuis dan heeft de bakker de kadetjes klaar en dan leen ik er altijd een paar, zeer smakelijk als ze warm zijn. Verder eten we veel sla, frites of aardappelen gekookt in olie maar dat gaat ook wel vervelen hoor. De in Engeland gestudeerde kok heeft wel een makkie om alleen voor ons te kokkerellen vooral met zijn eenzijdige menu’s. Voordeel van het weer noordwaarts varen is dat radio Luxemburg weer goed door komt op de middengolf ’s avonds.
Maandagmorgen rond 09:30 uur hebben we Pasajes, dan is ook onze Nederlandse 4e wtk ook jarig, Hans N. Zal me een feest worden, denk het niet.

Inderdaad werd het maandag 18 september in de loop van de ochtend aankomst in Pasajes, een wat grappig haventje met een bijzonder mooie haven ingang, het lijkt wel een vakantie plaatsje, rotsen met een jachthaventje en veel zwaaiende vriendelijke mensen.


Eerst een smalle doorgang vanaf zee en daarna een bredere havenkom met kade. Er zijn veel schilderijtjes van deze ingang gemaakt.


Natuurlijk voor niemand post van het thuisfront want dat was niet vermeld op de schrijflijst voor de thuisblijvers deze haven. Het laden van de zakken cement zou tot maandag 25 september duren werd het plan dus een week nodig om die 5.000 ton cement er in te krijgen. Dat kon nog wat worden omdat in Lagos/Apapa er weer uit te krijgen ook in een week of meer? De ankertijd op de rede van Lagos nog maar niet meegerekend, altijd prijs daar, wachten op plek aan de kade. Die maandag werd er niet gestart met laden want we moesten hiervoor verhalen naar een kadeplaats iets verder op dus misschien dinsdag starten met de cement.
Nu was de Volta Wisdom haar tijd al weer vooruit want na haar her-motorisering van Werkspoor-Lught naar Sulzer hoofdmachine in 1968 was de machinekamer semi automatisch in de haven, vanaf 17:00 uur alarm op de hut en de deuren machine kamer op slot. Bij toerbeurt had een van ons als wtk de stille wacht, behalve de Hwtk die was altijd vrij. Dus eens in de drie dagen was je de sigaar.
Ach dat viel ook wel mee, er gebeurde niet veel, zo tegen 23:00 uur een controle rondje, dagtank vullen voor de hulpkarretjes of een hulpmotor uitschakelen als er weinig belasting was. Soms evende bilge lenzen en hier en daar een druppeltje olie spuiten.
Wat temperaturen opnemen en journaaltje invullen. De stille wacht liep tot de volgende ochtend 08:00 uur, eigenlijk tot 17:00 uur ’s middags maar overdag was je toch al in de machinekamer. Dan was er weer dagbedrijf en een olieman nam de taak van controle over en hier en daar een potje vullen en journaaltje invullen en  temperaturen opnemen en weer controleren tot 17:00 uur.

 
Die maandagavond maar eens de benen strekken met de jarige Hans N. de 2e wtk nam de stille wacht als eerste op zich, was een klein eindje lopen naar het centrum met wat winkeltjes die open waren tot 20:00 uur. Het stonk er wel erg naar vis en voldoende ezels op straat alleen als de winkels dicht gingen ging ook heel Pasajes op stok en te bed, lichten uit, luiken dicht en stil en uitgestorven, net als in Franse dorpjes op je vakantie.
Ook de brieven van ons negenen op de post gedaan voor het thuisfront.
Ach en dan loopt het in de haven ook zo zijn gangetje, dagdienst dus hier en daar wat klussen en repareren op tijd voor het middageten een knobbeltje gooien en een biertje dan de middag nog even door stomen en weer een biertje en avondeten en indien geen stille wacht maar weer eens wat stappen aan wal. Naar de film in een bioscoop waar we bijna de enige waren, Engelse film maar na gesynchoniseerd in het Spaans dus voor ons alleen plaatjes kijken.
Spaanse Bacardi rum was niet duur dus maar flink wat flessen ingeslagen, cola was aan boord wel verkrijgbaar.
Ach en dan schrijf je maar weer eens brief;

Vrijdag 22 september 1972.
De laatste berichten zijn dat we dinsdag de 26e september zullen vertrekken, ik schrijf wat lelijk maar dat komt ik heb een stijve arm van de prik die we een week geleden van de stuurman hebben gekregen, voor welke ziekte weet ik niet maar het was een cocktail van diversen. Vanavond heb ik de stille wacht dus ik blijf lekker hier, de rest is stappen.
Morgenavond gaan we met de bus naar San Sebastiaan, dat ligt hier vlakbij en daar is wat meer te doen dan hier, een mooi strand, meer winkels en restaurantjes want aan een echte biefstuk hebben we wel erg veel trek, zonder patat en sla want dat komt je onderhand de oren uit bij de in Engel gestudeerd in koken kok.
Nog geen post gehad hier, misschien vlak voor vertrek dat zou nog kunnen.

Op zondag de 24e september een dagje naar San Sebastiaan geweest met de bus, erge drukke plaats, mooi strand, een berg beklommen, flink warm dus puffen dus dat terrasje werd een succes met een biertje, wijntje en het biefstukje wat we ons zelf beloofd hadden.
Hans N. de 4e  Wtk en ik waren zeer tevreden over dat dagje uit.
Toen we terug aan boord kwamen was er een lichte vorm van paniek, een van de Ghanese matrozen was in Pasajes in botsing gekomen, lopend op de rijksweg, met een autobus en was gewond afgevoerd naar het ziekenhuis. Eerst liet het zich niet zo ernstig aanzien, een paar tanden eruit en een gebroken been waren de berichten maar de volgende dag kwam
het droevige bericht binnen dat hij ‘s morgens om 07:00 uur was overleden.
Alle Ghaneesjes aan boord in rep en roer, allemaal een zwarte rouwband om, er was geen zwarte poetslap in de machinekamer meer te vinden. Ze wilden dat het lichaam terug kwam aan boord maar dat ging niet want er was beslag op gelegd door de plaatselijke autoriteiten voor onderzoek ivm het ongeluk.
Er brak een staking uit onder de Ghana jongens, de kapitein had het moeilijk om het een en ander uit te leggen.
Een delegatie van de Ghanesen kwam met een alternatief, naar oud gebruik moest nu het hoofdhaar en de nagels mee naar Ghana. Daar kwam niks van in bij dat katholieke Spanje, niks aan lijken prutsen, dus dat ging niet door. De delegatie meldde dat er dan ook niet gevaren ging worden as dinsdag. De problemen werden dus steeds groter en er was een druk telefoon en telexverkeer met de HAL in Rotterdam en de Volta Lines in Accra.
Uiteindelijk is het lichaam gebalsemd en ingepakt in een met lood beklede binnenkist dinsdag aan boord gehezen en in een lege koelkamer geplaatst, eindelijk kon de vriesinstallatie aan op die koelkamer wat ook nog wat voeten in aarde had voor Hans N.om
de zaak op te starten. De installatie had nogal lang stil gestaan. Nu het lichaam aan boord was wilden de Ghanezen liters gin hebben om het schip en de hut van de overledene te besprenkelen om zo de boze geesten weg te jagen. De liters werden door de kapitein terug geschroefd naar een fles. Het lichaam zou in een tussenstop in Tema van boord gaan, dus de route werd wederom gewijzigd. Ach ik had het al door dat op dit schip nog wel heel veel zou gebeuren. De rust was voorlopig weer terug gekeerd en we konden dinsdagavond volgens het schema vertrekken.

Zaterdag 24 september 1972
Ik schrijf naar mijn verloofde: Dit is de derde zaterdag aan boord van dit schip, we zijn al bijna een maand onderweg en schieten eigenlijk niet op. Er was weer een telegram gekomen dat we toch Dakar aan gaan doen, er is nog wat lading (klein) geritseld.
Maandag as zullen we daar zijn.
Het is op dit moment niet zo warm en het regent zelfs af en toe. De overleden matroos staat nog steeds in de koelkamer op + 2 graden.
We eten ook nog steeds veel patat en olieaardappelen. Vandaag had de chefkok (nog steeds engels geschoold) bloemkool gedaan, op zich geen slecht idee alleen had hij kaneel ipv nootmuskaat er overheen gestrooid, de kleur is wel hetzelfde nl bruin. De route is nu Dakar, Abidjan, Tema (voor het lichaam) en Lagos (de cement). De Ghanezen hebben in de hut van de overledene een gedenkplaats ingericht en op tafel een borrelglaasje staan wat steeds weer gevuld moet worden, het verdampt natuurlijk een beetje, maar volgens hun drinkt hij er steeds een beetje van !!! Zijn hutmaat logeert nu ergens anders, die wil niet meer alleen in die hut slapen ivm de geesten.

Zoals Hans N. (ik heb hem in 2007 weer terug gevonden) mij schreef naar aanleiding van de overleden matroos: Moest de man elke wacht temperaturen, althans de ruimte, de koelkamer. Moest daarvoor een trappetje af in het eerste dekhuis voor de accomodatie, voelde mij niet echt happy daar. Elke nacht werd er een glaasje sterke drank in zijn hut neergezet, om de kwade geesten goed te stemmen.
De volgende dag was dat dan wel verdampt, neem ik aan. Die gasten kwamen volgens mij rechtstreeks uit het oerwoud.


Maandag 2 oktober liepen we Dakar binnen, het was maar een korte tussenstop, ik dacht dat we wat bevroren vis gingen bijladen voor Tema en echt niet meer dan 5 ton. De moeite niet waard maar daar ging ik verder niet over. Dakar was meestal de 1e Afrikaanse haven
op deze routes en ik ben er nog nooit de wal opgeweest. Na dagen frisse zeelucht ruik je Dakar al verre, een lucht van zwetende kamelen, urine en rioolluchten. Op mijn eerste reis op de Katsedyk in 1968 is daar mijn radio uit mijn hut gestolen en toen hebben ze het daar voor altijd verpest. In iedergeval was er post van het thuisfront in Dakar zodat een ieder weer wat te lezen had.
Die zelfde middag vertrokken we weer richting Abidjan ( Ivoorkust) aankomst plan  zou donderdagavond worden.
Het nieuwe reisschema was ook al bekend erg optimistisch,na Tema, Lagos naar Douala (Cameroen) Tema, Takoradi, naarAvonmouth (Engeland), Rotterdam, Hamburg  en daar in dok? plan rond de 25 november.
In de machinekamer gaat alles zo zijn gangetje, ik knutsel waarnodig steeds aan defekte
apparaten en doe in extra tijd wat inventarisatie van voorraden technische zaken want we moeten straks de bestellingen doorgeven in Tema zodat dit ergens in Europa klaar zal liggen.(?)
 
Op vrijdagmorgen 00:18 uur hadden we Abidjan en daar gingen we op de zelfde dag ’s middags om 14:00 uur al weer weg, dat was allemaal erg vlot, er begon gang in te komen. Ook in Abidjan weer post en de geschreven brieven via de agent ook weer op verzending
richting huis. In elke haven krijgt dit schip wel een boete van de plaatselijke autoriteiten, voor mijn tijd al in Engeland, in Pasajes 20.000 pesetas voor iets onnozel, nu in Abidjan 800,- US Dollars ivm het niet kloppend hebben van de store-lijsten (sigaretten en drank) en dan te weten dat veel afgekocht wordt door de kapitein in de vorm van sloffen sigaretten en flesjes lekkers. We hebben hier in Abidjan 7 ton, allerlei kisten, gelost dus de winst voor de Volta-Lines is al weer verdampt. Die Ghaneese maten snappen soms ook niet altijd alles, ik vroeg de messroom bediende of hij wat eten in mijn hut kon zetten tussen de middag, ivm dat het vertrek op mijn wacht plaats zou vinden en ik geen zin had om me steeds te wassen en te verkleden voor de 1e of 2e tafel (middagmaal) maar hij snapte niet wat ik bedoelde hoewel mijn Engels niet onaardig is. Ik liet hem de menukaart zien en wees aan wat ik wel en niet wilde hebben, maar hij kon noch lezen noch schrijven, wel na veel oefeningen zijn handtekening, of wat er mee door ging, zetten. Ik ben er mee opgehouden om het aan zijn verstand te brengen en heb de motorman wat door laten halen uit de kombuis voor in de machinekamer en heb daar op het bankje met lessenaar voor de manoeuvreerstand mijn hapje naar binnen gewerkt. Ach die motorman, mr. Hackman, was een aardig en hulpvaardig figuur, snapt ook niet alles maar kan wel Engels en heel belangrijk, hij kan lezen en schrijven, helaas is hij aan een oog blind maar dat maakt op een Liberiaans schip niet zoveel uit. Zijn daar wel medische keuringen anno 1972? Ik weet het niet, maar vermoedelijk niet, misschien kan je dat papiertje ook wel kopen. Tijdens de wacht zat hij altijd naast mij tijdens de theepauze (het zette de thee en deed dat met zeer veel ceremonieel) en vond dat moment altijd heel gezellig en knus, hij noemde mij altijd ”MASTER” en vertelde wel eens over zijn gezin en familie. Ook beloofde hij mij dat hij zijn ongetrouwde zuster eens zou langs sturen maar daar bedankte ik altijd vriendelijk voor. Op naar Tema in Ghana waar we volgens de stuurlieden vrijdagavond laat zouden aankomen.

Zaterdag 7 oktober 1972 meerden we in de vroege ochtenduren af aan de kade in Tema. Daarvoor hadden de Ghanezen s’ avonds nog een soort herdenkingavonds gehad met veel geschreeuw en gejoel, de Hwtk had opdracht gegeven om de koelkamer wat hoger te zetten ipv van die +2 graden Hij vond het gênant dat de kist bij het uitladen misschien zou gaan
lekken (condens) Hij had er geen ervaring mee, wie wel trouwens.
Zo’n herdenkingsavond is dus wel wat anders dan bij ons, hoewel veel van de Ghanesen ” Christelijk” waren, ze vierden kerst en paasdagen, werd er veel drank gesprenkeld in de hut en gangen en er werd zelf ook wel een flinke slok genomen. Het logo van de Volta Lines, op de schoorsteen en maatschappijvlag betekende een soort ”God zij met ons” maar van dat christelijke gedoe was op de herdenkingsavond weinig van te merken. Allemaal oerwoud rituelen die wij als nuchtere Nederlanders niet zo goed konden begrijpen.
Tema was de thuishaven van de crew dus ze waren erg zenuwachtig en wilden ook wel naar huis om even een ”bezoekje” af te leggen bij moeders of een van de vele vriendinnen maar we zouden die zelfde dag weer vertrekken, was het plan, dus dat kon niet doorgaan,orders van de kapitein.
Ook de hoge druk van de rederij (ze hadden 6 directeuren voor een schip of 4, allemaal huurkoop) kwamen aan boord en trokken zich  terug bij de kapitein, sommige trokken zich terug met veel vrouwen in de eigenaarshut. Ook de chef personeelszaken was aanwezig, een nogal dikke drukke Ghanees die het echt voor het zeggen had. De crew kroop voor die man
en likte ook aan alle kanten om bij hem in het gerief te komen, zijn naam ben ik even vergeten. (Casaboeboe?) 
Er kwam wat crew wisseling en wat Ghanese proviand voor hun. Ook het uitladen van de business, dus de TV’s en radio’s, was opgang gekomen en er werd druk onderhandeld in het douanekantoortje wat ze af moesten dragen aan goodwill voor deze beambten en hun chefs. In Afrika heb je altijd heel veel ”cheffen” te herkennen aan hun lichamelijke omvang, nee die komen niks te kort hoor!
De bevroren vis en nog wat andere kleine zaken werden ook gelost.

Rond het middaguur kwam er een oud klein gammel busje met familieleden van de overledene de kade oprijden om het lichaam in ontvangst te nemen. Met eigen losgerei van het schip ging de kist op de kade, de bootsman aan de winches en de kist moest in het busje gepropt worden. Hoewel het een ” droevige” dag moest zijn was het wel zeer komisch om te zien dat de kist niet via de zijdeur naar binnen kon, er werd geduwd en getrokken, de kist op zijn kant gehouden, dan weer regelmatig werkoverleg maar het lukte dus allemaal niet.
Dan maar via de achterdeur maar daar stonden de bankje weer in de weg. Half over de bankjes en middenpad was ook geen optie want dan konden de nabestaanden niet in de bus. Tenslotte werd de kist op het dak op de imperiaal van het busje geladen en vast
geschort zodat de nabestaanden ook weer een zitplaats in het busje hadden. Er werd nog wat drank gesprenkeld en wat proviand meegegeven voor thuis en met een luid getoeter en gejoel vertrok het busje richting huis ergens midden in de rimboe.
De rust keerde gelukkig weer.
Laat in de middag vertrokken we weer richting Lagos/Apapa om de 5000 ton cement kwijt te raken. 

Zondagmorgen 8 oktober 1972 gingen we ten anker op de rede van Lagos/Apapa Nigeria, een drukke ankerplaats voor de kust want in Nigeria is de infra structuur een groot probleem, hoewel het er barst van de vrachtwagen vooral het merk Mercedes en Man is favoriet,
meestal wel 2e handsjes uit Europa. De ankerplaats was vroeger al een poel van verderf want piraterij vierde in 1968 ook al hoogtij.
Vooral ’s nachts varen deze boefjes met snelle boten ( omgebouwde kano’s met zware motoren half buitenboord ) langs de schepen die ten anker liggen en ze proberen stiekum aan boord te klimmen om dan te roven of nog erger. In de avond en nacht hebben bijna
alle schepen hun ruimlampen buitenboord hangen en staat ”water” aan dek standby om ze weg te spuiten. Dubbelewacht aan dek dus.
Normaal lig je daar wel een paar dagen, soms weken, te wachten want ruimte aan de lange kaai van Apapa is spaarzaam vrij want het lossen of laden gaat daar erg traag. Maar ik lees in de correspondentie met mijn verloofde dat we die maandag 9 oktober al voor de wal gaan, Shell heeft zeker de cement snel nodig voor de olie industrie en er zal wel met geld gerommeld zijn.
De verwachting is dat de cement er op de 15e eruit is.
Vanuit Tema hebben we nog extra personeel aan boord, waar ze allemaal moeten liggen is mij een raadsel, maar er is onder hun geen enkele wanklank. Het schema is ook weer aangepast, we gaan niet naar Hamburg om te dokken (te duur natuurlijk) maar we gaan dokken in Tema.
We gaan ook niet naar Douala want dat heeft de ”Volta Piece” (de ex. Kamperdyk) net gedaan want die lag achter op schema. Wat we wel gaan doen is nog duister op dit moment, maar ach… in Afrika moet je geen haast hebben, morgen is er weer een dag.
Op dinsdag met de 2e WTK hier even de wal op geweest.


Die hele lange kade afgelopen richting een soort flatgebouw, dit kende ik nog van vroeger, onderin had je Club 22 en bovenin Club 21.
Club 21 was luxe en dure uitgave en Club 22 goedkoop en gewoon een ordinaire hoerentent met dansen en life muziek. Er was sinds 1968 nog niks veranderd, een grote smerige
bende was het, we hebben een biertje gedronken en zijn maar weer teruggegaan. Dit was trouwens onze eerste stap in Afrika, in Dakar, Abidjan en Tema was niemand de wal opgeweest.
Op de kade lopen veel militairen (jonge gozzertjes) en doen af en toe knap vervelend, ze vragen om je papieren en om sigaretten. Hun geweer zit erg losjes in de hand en er zit scherp in. Moet ook wel want er wordt hier veel gestolen en na een waarschuwings kreet schieten ze gelijk gericht.
We hebben sinds Tema een ander kok en deze bak er helemaal niks van. We hadden vandaag Chicken Dumpling, zeg maar kip met rotzooi, met rijst en het geheel was knal knetter heet, de brandweer moest er aan te pas komen.
Aan dek worden hele huisjes gebouwd door de Nigeriaanse
bootwerkers rondom de bedieningspanelen van de winches ze zitten, zeg maar hangen, lekker uit de zon, uit de wind en uit de regen en kunnen in een stil moment zo weg dommelen want dat is wel hun favoriete bezigheid, slapen.

Op zondag 15 oktober lagen we nog steeds te martelen met de cement en dus tijd om maar eens weer de wal op te gaan nu met het veerbootje naar Lagos zelf. Lagos een grote bende en ontzettend druk, we zijn uiteindelijk naar een wat luxere wijk doorgelopen want die bende, de open markt riekt wel zo naar een vuilnisbelt dat je daar gewoon niet wilt lopen.


Het stikt er van de bussen en er hangen net zoveel passagiers aan de buitenkant en op het dak als er binnen in zitten. We zijn wat warenhuizen doorgelopen en zagen dat zwart/wit. TV’s ongeveer 1.300 gulden moesten kosten. Geen wonder dat onze Ghaneesjes in de gouden 2e hands TV handel zitten. Ach en op de markten daar is van alles te koop, producten die ik nog nooit gezien had, kippen en varkens,vers, zelf te slachten, vis, niet in een koel 
vitrine maar gewoon lekker meuren, niet schoongemaakt, in een bak. Koopt iemand een vis, is op de fiets, en doet het geheel onverpakt onder de snelbinder en fiets waarschijnlijk nog een paar kilometer in de hete zon naar huis. Een lading vliegen achter hem aan natuurlijk. Moeders als koopvrouw met aan de tiet een sabbelende baby en indien even de rok iets omhoog om een plasje te doen in een hoekje van haar kraam…. eet smakelijk hoor. Zelfs over de baby valt te onderhandelen.
Het was leuk om daar eens te kijken maar na een keer hadden we het voor ons leven wel gehad. Wij noemen dit de kwiebus de griebes zooi.
 
Toen we weer aan boord kwamen hoorden we dat de vaarplannen weer veranderd waren. Als de cement eruit is gaan we naar Buroutoe of zoiets, Port Harcourt en naar Point Noire (Congo Kinshasa) om palmpitten te laden, daar maken ze palmolie van. Op maandag hebben we de kok bruinebonen soep leren koken, in de stores lagen nog gedroogde bruine bonen en in de groente en vleeskamer nog wat andere ingrediënten, helaas was de rookworst niet aanwezig, maar het leek er uiteindelijk een beetje op.
Eindelijk wat anders dan dat hete spul van deze kok.
Een blik in de ruimen leverde een gigantische puinzooi op, veel zakken cement waren kapot gegaan en dat losse spul ligt als een berg te wachten om eruit gehaald te worden, nee nog lang niet klaar.

 
Ik schrijf het volgende aan mijn verloofde;
Zaterdagavond, 21 oktober 1972  Burutu.
We zijn woensdagavond de 18e oktober uit Lagos vertrokken en vanaf donderdag de 19e liggen we in Burutu, het lijkt wel wat op Warrie ( Nigeria) langs een soort sloot, ik wist niet dat schepen in deze moddersloot konden komen. De wal opgaan kan je hier wel vergeten, er is gewoon niks hier in de rimboe. Er kwam hier nog een Nederlander aan boord,die zat op een off-shore sleepertje als machinist (wtk) omdat zo een groot schip als de Volta Wisdom toch wel de aandacht trok. We zijn even op hun supply-slepertje wezen kijken, alles heel klein, ze waren met hun drieën, een kapitein(Joegoslaaf), een stuurman en een machinist, de rest zo uit het oerwoud getrokken. hij woonde in Biddinghuizen. Volgens zijn zeggen verdienen ze ongeveer 3.600,- gulden per maand bruto, bij ons een HWTK ongeveer 2.500,- gulden. Een half jaar in de krikkemik, dan twee maanden naar huis. Echte losbollen,ze rennen van de ene naar de andere negerin, er zijn er toch zat volgens hun, dus keuze genoeg. Gisteren zijn ze weer vertrokken naar booreilanden voor de kust, om drinkwater, proviand en cement en pijpen te leveren. Ze deden dit werk voor Taxaco onder Panamese vlag.
Het laden van de 1.500 ton palmnootjes gaat rustig aan, als het regent gaan de ruimen dicht en dan ligt het werk weer stil. We blijven hier verder maar in onze cabine, koel is het daar en buiten bloedheet. Ik kan de hut nu blindelings uittekenen ondertussen,
wat een suffe boot is dit toch. Je moet je hier zelf amuseren dus maar weer wat lezen of slapen. Als alles goed gaat vertrekken we de 23e oktober uit dit gat en gaan naar Port Harcourt om nog meer nootjes te laden. 

Op dinsdagmiddag 24 oktober 1972 aangekomen in Port Harcourt, met de Katsedyk in 1968/69 hier ook geweest, toen was er en nog de oorlog tussen Nigeria en Biafra en Port Harcourt was toen het middelpunt van de schermutselingen. Alles wat bewoog werd neergeschoten, heb daar niet zoveel goede herinneringen aan, maar dat is nu voorbij en de armoede en het gebedel gaat hier gewoon weer verder zoals vroeger. Alleen veel van Port Harcourt ligt nog in puin, voor de wederopbouw nog geen geld en tijd waarschijnlijk. Teveel cheffen denk ik, zakken vullen!
We gaan hier 3000 ton palmpitten laden, het komt in vrachtwagens aan in zakken en wordt dan los in de ruimen gestort. Op de bovenste laag komen dan nog een batterij aan zakken met nootjes te liggen zodat het een en ander zeevast ligt, dat hopen de stuurlui natuurlijk.
Het was vandaag bloedheet en de agent kwam de papieren brengen op de fiets, maar geen post, een dompertje dus, maar het is voor de HAL ook niet meer bij te houden al die veranderingen op de schrijflijsten voor de thuisblijvers. We mogen niet de wal op in verband met onveilig situatie maar niemand heeft daar ook zin aan. Morgenochtend vroeg gaan we verhalen naar iets verder op, er komt nl nog een schip binnen voor deze kade.

Ik schrijf het volgende aan mijn verloofde;
woensdag 25 oktober 1972
Zo, daar ben ik weer, vandaag een lange nacht en dag gehad. Ik had stille wacht en het hulpbedrijf stortte wat in elkaar dus flink bezig geweest in de avond om dit aan de praat te houden, toen alles weer wat voor elkaar was en ik dacht om na een biertje te kooi te gaan ging het alarm alweer, nu had de hulpketel er geen zin meer in. Uiteindelijk toch alles weer voor elkaar gekregen, even slapen en toen er weer uit voor het verhalen op de hoofdmotor om 04:30 uur, er zijn hier geen sleepboten dus alles op eigen machines, klapje links, klapje rechts en een klapje voor en achteruit.
Het was toen al weer 07:00 uur dus maar verder gegaan met de dagdienst, overal beginnen de gaten in de leidingen in de machinekamer te vallen dus werk plenty met voorlopig afstoppen. ( een eerste hulp verbandjes aanleggen)
In de late middaguren de kok weer kookles gegeven, nu aan hem geleerd om American Hashe te maken, de scheepskost op HAL schepen.
Toen vonden we dat niet meer zo lekker maar nu smachten we er naar, al die rijst met hete kababber komt echt je oren uit van deze kok.
Ik heb staan koken en de kok keek ernaar, hij heeft niks opgeschreven dus ik vraag me af of hij het nog weet. Het gebakken eitje on-top zal hij zich nog wel herinneren denk ik. Nog wat houten maskertjes gekocht voor weinig voor thuis. Ik durf het bijna niet te melden maar
het reisschema is wederom aangepast. We gaan niet naar Point-Noire want alle nootjes komen hier aan boord. Bedoeling is vanaf hier naar Tema en dan Takoradi, misschien nog Abidjan en dan Europa. alle nootjes zijn nu voor Rotterdam.(voorlopig !) Ook de dokbeurt
staat weer ter discussie, de HAL wil niet dat we dokken in Tema volgende reis dus nu staat weer Hamburg geplanned. Ons Ghanese personeel is nu al moe, net een paar dagen aan boord, in elk onbewaakt ogenblik vallen ze spontaan in slaap overdag, maakt niet uit waar ze zijn. Geen handel voor hun natuurlijk hier, dus waarom zou je dan wakker blijven!

In de nacht komt Radio Luxemburg goed door op de middengolf dus fijne muziek en nog wat nieuws te horen op dit suffe schip.
Ook zijn er wat Ghaneesjes ” ziek” overdag en na 17:00 uur weer aardig opgeknapt. Ik denk dat in Tema de personeelschef van de Volta Lines het weer druk zal krijgen met het aannemen van nieuw personeel, ach ze staan in rijen op de kade. Krijgen we het gelik en
geslijm weer te zien.
Ik begin het Ghanees/Engels ook wat onder de knie te krijgen, ze korten namelijk alles af, bv ”Haunoe ?, no bah”, ik schrijf het zoals ze het zeggen. maar het betekent “how are you?, not bad!”. Gemakkelijk niet waar.
Ik ga te kooi, ben moe en versleten voor vandaag….tot de volgende bladzijde in deze brief.

Op Zondag 29 Oktober schrijf ik nog een brief, we liggen nog steeds in Port Harcourt en als het goed is gaan we hier morgenochtend
om 08:30 uur weg…hoera…!! De status is momenteel ruim 1 en ruim 2 zijn vol met palmpitjes, ruim 3 is leeg, daar komt in Tema 600 ton veevoer in, ruim 4 is voor ¾ vol met pitjes evnzo ruim 5 en in Takoradi nog eens 900 ton boomstammen aan dek. We zullen ook
nog moeten bunkeren, zware olie en gaslolie anders halen we Europa niet, waar dit gaat gebeuren is nog onbekend. Deze zondag door gebracht met lezen, slapen, biertje drinken en slapen. Over afwisseling gesproken! En inderdaad we vertrokken op de geplande tijd uit
Port Harcourt, alleen niet naar Tema maar rechtstreeks naar Takoradi, bij de Volta Lines zijn vergaderingen nu al per uur. De Ghanese maatjes zijn daar niet blij mee want veel van hun wonen rondom Tema en Accra. Vanuit Takoradi moeten ze veel verder reizen en hun vervoer lijkt in onze ogen nergens op, oude busjes of bovenop vrachtwagens etc.


Bus, op het dak een partijtje fietsen ( Foto van internet )


Lekker rommelig en het ruikt er bepaald niet erg fris   (foto van dia H.Nijntjes)
In de machinekamer begint de verveling toe te slaan, er valt wel het een en ander te doen maar er zijn geen onderdelen dus kan je weinig doen. We hebben een nieuwe hobby ontdekt, tenminste de 4e Wtk Hans N. is er mee begonnen, die vond een prachtige ronde staaf messing en hup in de draaibank ermee, tijdens zijn wacht draait die potjes, vijzeltjes enz enz,
nou wat hij kan..kan ik ook dus ik ben ook in de nachtelijke uren aan de slag gegaan met potjes met deksel en een vijzeltje.
Die nachtelijke uren vliegen nu voorbij, alleen het gaat wel hard met het messing, maar op is op. Op 1 november zijn we tegen de avond in Takoradi aangekomen. In plaats van het veevoer gaan er nu cocaboontjes in ruim 4 en 3 en aan dek bij ruim 2 en 3 worden nu boomstammen geladen. We gaan hier straks echt diep op het plimsol merk de haven uit.
Het gevecht om de zware stookolie voor de hoofdmotor is begonnen, in Port Harcourt was de diesel bijna op voor de hulpmotoren en na veel gezeur is er toen eindelijk een tankauto gekomen om wat minimaal wat te brengen, 25 ton. Probleem voor de Volta Lines is het geld, dat hebben ze weinig en nog wat uitstaande schulden dus niemand wil leveren alleen boter bij de vis en in US.Dollars. in de winter krijg je dat spul de afrikaanse zware olie ondanks stoom verwarming bijna niet uit de dubbele bodemtanks gepompt richting dagtanks, maar ach we moesten het er maar mee doen, alles went. 
Die 25 ton diesel kostte omgerekend 25.000,- gulden in Nigeria, terwijl het daar uit de grond komt, in Rotterdam is de prijs ongeveer 100,- gulden per ton. Ach, waar maak ik me toch druk over, een of andere pief wordt er rijk van.
De 2e Wtk en de Hwtk zijn aan het rekenen geslagen en hebben minimaal 330 ton stookolie besteld bij de directie van de Volta Lines, maar die waren terughoudend en keken zeer zuinig want waar olie is kan geen lading zitten volgens hun, klopt helemaal natuurlijk, maar vanzelf door de wind naar Europa (zonder) zeilen zal er wel niet inzitten. Afrikaanse zware olie is geen prettig product, in Europese wateren
De chef personeelszaken loopt ook al weer rond te rennen, er zijn weer flink wat mutaties onder de Ghaneesjes. Vier man aan dek hebben de zak gekregen want ze wilden vanaf Port Harcourt niet meer voor of achteruit en een daarvan weigerde zelfs te werken, was veel bezopen en bleef lekker te kooi liggen. Nu is onze kapitein daarin erg makkelijk en hij hoefde niet meer te werken maar mocht als passagier meevaren voor 10 Cedi per dag = 25,- gulden en dat vanaf Burutu dus tel uit je winst. Hij heeft een tijd opgesloten in zijn hut gezeten totdat zijn kwaaie bui over was en dus nu de zak.
De Hwtk begon gisteren weer met de vraag of ik ook getrouwd was……..enz.. enz… ik was net blij dat ik het een week niet gehoord had.
Aderverkalking in combinatie met het medicijn van de firma Bokma denk ik.
In de avonduren is het erg stil hier aan boord in Takoradi, de maatjes zijn naar huis of hier de wal op bij hun Ghanese familie. Mijn motorman Hakman heeft ”verlof” opgenomen en is overdag weg maar komt ’s avonds weer terug aan boord. Op mijn vraag of hij niet achter kaap kont moet liggen is zijn antwoord dat hij thuis niet lekker rustig slaapt, te druk met al die kinderen rond om hem heen en hier kan hij lekker alleen en in luxe maffen.
In zijn vrije tijd ’s avonds doet die wel gratis een smeerrondje in de machinekamer… wat een peer zeg!
Ik heb bij de maatjes een papagaai, een grijze roodstaart, besteld voor de handel en als alles goed gaat komt die morgen. Dan moet ik nog snel een hokje timmeren, maar daar wacht ik mee tot die er ook werkelijk is. Ik ben wel hout en tralies of gaas aan het zoeken.



Haven van Takoradi met het grote basin waar je op de boeien lag met een anker eruit om boomstammen uit lichters te laden. Duurde een eeuwigheid en erg vervelend.

Nu is er waarschijnlijk een brief kwijt geraakt denk ik want de eerst volgende is gedateerd op 14 december 1972. In het volgende deel, reis 2 haak ik daarop weer aan.

Ach na het stookolie laden gebeuren zullen we toch wel vertrokken zijn uit Takoradi rond de 7e november, natuurlijk hoeken en gaten gespeurd naar verstekelingen want die had je hier zo aan boord (worden meestal geholpen door… vul maar in).
Vaak komen ze na een paar dagen wel te voorschijn en in alle havens op je route heb je hier problemen mee bij de havenauthoriteiten.
Maar nee, geen ”blindepassagiers” dit keer. In mijn geheugen waren er geen problemen op de reis naar Avonmouth. In de machinekamer stonden op alle warme plekjes bakken en emmertjes water met lifewood stammetjes er in voor onze handel.
Deze stammetjes gaan uit lopen met bladgroen en daarna wortelen, dan in de potgrond en hup weer een plantje voor de handel.

Als je de stammetjes verkeerd om in het water doet gaan ze gisten en stinken.
In Nederland was dit toen een onbekende plant en in Afrika een soort onkruid, het werd veel gebruikt voor afrastering tussen percelen.
Er was veel vraag na bij familie en bekenden en zij wilden het lifewood graag hebben.
Nu anno 2012 heb ik nog steeds een moederplant en heel veel afstammelingen want het blijft maar doorgaan.
Soms komen ze in bloei in februari met een prachtige witte bloem maar daar heb je snel genoeg van want ‘s avonds gaat die enorm stinken naar poep onder je schoen, dus die bloem knip je er vanzelf wel snel af.
Het lossen in Avonmouth (Engeland) ging in een sneltreinvaart kan ik me nog herinneren.
Wel de zwarte bende (douane) aan boord om het schip van boven tot onder te controleren op smokkelwaar en verdovende middelen.
In Avonmouth ging de 2e stuurman dhr.Malda naar huis ivm de geboorte van een dochter thuis enige dagen terug. Wat een bofkont. Een nieuwe 2e stuurman kwam er voor terug. Die moest wel even erg wennen aan de vrijgevochten bende aan boord vooral als je van de luxe passagiersschepen komt ha ha.

Rond Sinterklaasfeest waren we in Rotterdam. We zouden 3 dagen blijven liggen. In welke haven weet ik niet meer, ik dacht de Rijnhaven.       

In Rotterdam hadden we voor de beide nachten een ”walmachinist”, ook wel bijwerker genoemd, via de HAL geregeld dus konden we ’s half in de middag met de trein naar huis en de volgende ochtend voor de dagdienst weer aan boord zijn.
Die “walmachinist” moest het wel naar zijn zin hebben gehad, een schip in vol bedrijf met een draaiende kombuis en ’s nachts ook nog de MK opslot dus slapend geld verdienen, geweldig.

Meestal als je op verlof was en je dagen liepen ten einde maar er was nog geen schip voorhanden werd je altijd gevraagd om bij te werken in de nacht, wat inhield de wacht in de MK overnemen van 16:00 uur tot 08:00 uur de volgende dag.
Dus in een lange nacht had je 2 verlofdagen uitgespaard. Reizen naar en van het schip werd toen als werktijd niet meegeteld.

Dat was op de K-boten onder HAL vlag wel anders in Rotterdam, altijd een verlaten schip, afgemonsterde bemanning en een koud kombuis.
Niks te eten of te drinken, je moest het allemaal zelf meenemen van thuis.
Dat was dus hier goed geregeld door de HAL en we konden ook weer eens wat anders zien dan een schip na 3 maanden.

De grijze roodstaart papagaai ging zonder problemen mee in de tas naar huis en werd al snel verkocht aan een liefhebber voor F 125,-. 

In Hamburg zou dan nog het restant van de cocaboontjes en palmpitjes gelost worden en wat boomstammen, dan was het schip leeg.
ZAL VERVOLGD WORDEN VOOR REIS 2 MAAR EERST DE KATSEDYK   (klik op Katsedyk)











1 opmerking: